Werking lisinopril

werking lisinoprilLisinopril is een ACE-remmer. ACE is een enzym in het lichaam die een rol speelt bij de regulering van de nieren. ACE staat voor Angiotensin Converting Enzym. Het zet het eiwit Angiotensine I om in Angiotensine II. De stap vormt een schakel in een groot systeem waarin wordt gereguleerd hoeveel vocht de nieren vasthouden. ACE zorgt ervoor dat er meer vocht wordt vastgehouden. Rem je ACE, dan houd je dus minder vocht vast.

Minder vocht vasthouden

Lisinopril wordt meestal voorgeschreven als er onder andere sprake is van een verhoogde bloeddruk, oftewel hypertensie. Als het hart een verzwakte functie heeft, kan een hoge bloeddruk de symptomen van een verzwakte hartfunctie verergeren. Daarnaast heeft hypertensie andere negatieve effecten op het lichaam. Als je minder vocht vasthoudt door lisinopril, plas je meer uit. Tegelijkertijd verlaag je de bloeddruk hiermee wat bij hypertensie gunstig is. Een lagere bloeddruk zorgt voor minder stress-effecten en ook voor een verbeterde hartfunctie.

Lisinopril zorgt voor meer vochtuitscheiding door in eerste instantie meer natrium (zouten) uit te scheiden in de urine. Om de concentratie natrium in de urine niet te hoog te laten komen, volgt er vanzelf water naar de urine. Een direct gevolg is dus meer vochtuitscheiding.

Vaatontspanning

Naast het verhogen van de vochtuitscheiding, zorgt het ook op een meer directe manier voor een verlaging van de bloeddruk. Rond de arteriële bloedvaten (grote en kleine slagaders) zitten spieren die de doorsnee van het bloedvat reguleren. Je hebt zelf geen bewuste invloed op deze spieren. Lisinopril zorgt dat deze spiertjes zich wat meer ontspannen. Hierdoor wordt de doorsnee van de bloedvaten groter en verlaag je daarmee de bloeddruk. Dit proces heet vasodilatie. Het tegenovergestelde effect, waarbij de spiertjes aanspannen en de doorsnee kleiner wordt, noem je vasoconstrictie.